logo-inspectie-van-het-onderwijsHet is belangrijk om te weten wat kinderen in Nederland leren op school. Daarom brengt Peil.onderwijs onder regie van de Onderwijsinspectie de kennis, vaardigheden en houding van leerlingen aan het einde van het primair onderwijs in kaart. Dit schooljaar (2016-2017) voert het Expertisecentrum Nederlands, in samenwerking met de Radboud Universiteit, Bureau ICE, KBA Nijmegen en ResearchNed, het peilingsonderzoek Mondelinge taalvaardigheid uit.

Doel van het peilingsonderzoek is vast te stellen hoe de ‘staat van het onderwijs’ is als het gaat om mondelinge taalvaardigheid. Door leerlingen uit groep 8 van een groot aantal Nederlandse basisscholen te toetsen en scholen te bevragen over het onderwijsaanbod en de didactische praktijk, ontstaat een breed beeld van het niveau van mondelinge taalvaardigheid van leerlingen, de aandacht die er op de scholen aan mondelinge taalvaardigheid wordt besteed en de mogelijke overige factoren die daarop van invloed zijn.

De ontwikkeling van de mondelinge taalvaardigheid vormt een belangrijk onderdeel van het taalonderwijs in het primair onderwijs. Het Referentiekader taal en rekenen (Expertgroep doorlopende leerlijnen Taal en Rekenen, 2009) onderscheidt drie subdomeinen van mondelinge taalvaardigheid: gesprekken voeren, luisteren en spreken. Bij gesprekken gaat het om dialogische en polylogische vaardigheden, bij luisteren gaat het om het verwerken van informatie uit diverse soorten gesproken tekst en bij spreken gaat het om monologische situaties. Het peilingsonderzoek richt zich op alle drie deze subdomeinen.

Deelnemende scholen krijgen de uitkomsten op leerling- en schoolniveau teruggekoppeld. De Onderwijsinspectie rapporteert over de uitkomsten van de peilingen op stelselniveau, dus niet herleidbaar naar scholen en leerlingen.

Meer informatie: www.onderwijsinspectie.nl