Evaluatie en planning van lees-leertrajecten: een dynamisch perspectief

Er bestaat een sterk verband tussen de opbrengstgerichtheid van scholen en de begrijpend lees-leerresultaten van leerlingen. Een opbrengstgerichte aanpak veronderstelt dat scholen met behulp van assessments (toetsmetingen) informatie verzamelen over het leesproces en dat zij op basis van deze informatie het lees-leertraject afstemmen op de leerling. In de praktijk blijken scholen het lastig te vinden om het leesonderwijs vorm te geven op basis van toetsresultaten. Waar toetsresultaten op dit moment eigenlijk alleen zicht geven op de leesontwikkeling van leerlingen in relatie tot leeftijdgenoten, geven ze veel minder informatie over de onderliggende vaardigheden zoals decoderen, woordenschat en het leggen van verbanden. Leerkrachten hebben juist behoefte aan informatie over het zorg- en instructieniveau van leerlingen: waar in het leesproces lopen leerlingen tegen moeilijkheden aan en wat gaat juist heel erg goed en kan eventueel compenserend ingezet worden. Met die informatie kunnen zij het leesonderwijs optimaal laten aansluiten bij de leerbehoeften van de leerlingen in de klas.

In dit onderzoek ontwikkelen we een computer-assisted assessment voor het evalueren en plannen van lees-leertrajecten in het basisonderwijs. Bij de ontwikkeling vatten we leesvaardigheid op als een interactief proces, waarin zowel lagere-orde kennis (decodeervaardigheid, woordenschat) als hogere-orde processen (zins- en tekstbegrip) betrokken zijn. De assessment beoogt deze elementen in samenhang te meten en te analyseren. De effectiviteit van de assessment wordt onderzocht in groep 5, 6 en 7 van het basisonderwijs.

Het onderzoek bestaat uit drie fasen. In de eerste fase wordt het toetsmateriaal ontwikkeld en getoetst. Verschillende korte teksten (zowel verhalend als informatief) worden verzameld en daarbij worden vragen ontwikkeld die de verschillende hoger- en lager orde kennis meten. Een groot aantal leerlingen uit verschillende jaargroepen maakt een deel van de verzamelde teksten en ontwikkelde vragen op papier om na te gaan of de toets betrouwbaar is.

In de tweede fase wordt een digitaal platform ontwikkeld en worden de op papier betrouwbare teksten en vragen ingevoerd in dit digitale systeem. Een groep leerlingen uit groep 5, 6 en 7 maakt deze digitale toets om na te gaan welke informatie met deze digitale meting verkregen kan worden.

In de derde fase, tenslotte, wordt nagegaan hoe resultaten op de toets gebruikt kunnen worden om het leesonderwijs beter af te stemmen op de individuele leerlingen. Hiervoor volgen leerkrachten die lesgeven in groep 5, 6 en 7 een trainingstraject en worden de leerresultaten van deze groepen vergeleken met die van een controlegroep.

Einddatum: februari 2019.

Projectpartners: Het onderzoek wordt gefinancierd door de Programmaraad voor Praktijkgericht Onderzoek door een consortium van onderzoekers van de Radboud Universiteit, Universiteit Twente, Cito, ITTA en het Expertisecentrum Nederlands.

Contactpersoon: Nicole Heister-Swart n.heister@expertisecentrumnederlands.nl