Hardop denkend voordoen geeft de mbo-student houvast

MBO Studenten

Hardop denkend voordoen tijdens de lessen begrijpend lezen (bij het vak Nederlands) wordt gewaardeerd door mbo-studenten en –docenten. Docenten vinden het lastig om vormen van samenwerkend leren, waarbij studenten uitgedaagd worden om gelezen teksten actief te verwerken, en erover met elkaar in gesprek te gaan, goed uit te voeren. Ook het kiezen van teksten die passen bij het taalniveau van de student en bij zijn vakopleiding is niet eenvoudig.

Dit zijn een aantal van de bevindingen die naar voren komen uit een onderzoek dat is uitgevoerd door een consortium bestaande uit ROC de Leijgraaf, KPC Groep en Expertisecentrum Nederlands. Het onderzoek werd specifiek uitgevoerd onder deeltijdstudenten in het mbo. Zij zijn vaak maar een dag per week op school, en werken dan zowel aan hun beroepsontwikkeling als aan de algemene vakken, waaronder Nederlands.

In dit onderzoek stonden twee vragen centraal: hoe kunnen we aandacht voor begrijpend lezen vormgeven op een manier die past bij de situatie van de deeltijdstudenten? En zien we een stijging in het niveau van begrijpend lezen nadat studenten de nieuw ontwikkelde lessen hebben gevolgd? Allereerst werd een korte lessencyclus ontwikkeld onder de titel ‘Strategisch lezen voor beroep en studie’, waarin beproefde didactische inzichten werden vormgegeven specifiek voor het mbo: lesopbouw volgens het model van directe instructie, hardop denkend voordoen als instructiemethodiek (het zg. ‘modelen’), en het laten aansluiten van de lessen bij de motivatie van de student door het gebruik van teksten uit de beroepsopleiding. Het doel van de lessencyclus was om studenten te scherpen in het toepassen van een beperkte set generieke leesstrategieën: als ik een tekst moet lezen, voor mijn studie, of op mijn werk, wat is dan de beste manier om dat te doen? Ook bewustwording was een doelstelling: welke aanpak past bij mij, welke helemaal niet? Omdat de deeltijdstudenten in het mbo in leeftijd varieren van 17 tot 40 jaar en ouder, moest rekening worden gehouden met grote verschillen tussen studenten op dit punt: wat voor de een nieuw is, is voor de ander gesneden koek. En ook zonder expliciete les in leesstrategieën ontwikkelen lezers vaak hun eigen aanpak.

De lessencyclus werd vervolgens uitgevoerd door vijf docenten in hun klassen met eerstejaars BBL-studenten op niveaus mbo-2 en mbo-3. Voorafgaand aan de lessen en na afloop werd de leesvaardigheid van de studenten getoetst, en werd er een vragenlijst onder studenten afgenomen. Ook werden de lessen geobserveerd door de onderzoekers, en geëvalueerd door docenten en studenten.

Uit de beginmeting leesvaardigheid bleken een aantal zaken: hoewel de studenten in theorie al het niveau 2F hebben als ze instromen, blijkt dat in praktijk maar voor 33% te gelden. De overige 65% scoort lager (1F of nog lager). Mannen scoren hoger dan vrouwen, mbo-3 scoort hoger dan mbo-2, en studenten in de sector Techniek scoren hoger dan die uit de sectoren Mens & Maatschappij en Economie. Bij de nameting, na zes weken onderwijs, zijn de scores op de toets niet significant verbeterd. De lessencyclus lijkt dus geen bijdrage te hebben geleverd aan een hoger niveau van begrijpend lezen. Wel vallen uit de lesobservaties en –evaluaties een aantal adviezen te destilleren. Pas de techniek van het ‘hardop denkend voordoen’ toe in de lessen begrijpend lezen. Het stimuleren van betekenisvolle interactie tussen studenten, middels vormen van samenwerkend leren, vergt zorgvuldige instructie en monitoring door de docent. De beroepscontext in het mbo biedt een uitgelezen kans om lessen begrijpend lezen te laten aansluiten bij de interesse van de student – maar deze kans moeten docenten wel grijpen, door zelf teksten te selecteren of door studenten teksten te laten kiezen.

U kunt de ontwikkelde lessencyclus inzien via deze link.