Uitdaging 2: Hoe geef ik effectief instructie zodat mijn studenten zelfstandig aan het werk kunnen?

Logo Beter lezen en schrijvenVoorbeeldles

Hier vind je een les uit het interventieprogramma Beter lezen en schrijven. Het programma is gebruikt in het Taalexperiment mbo en is erop gericht op de lees- en schrijfvaardigheid van eerstejaars mbo-studenten te verbeteren. In het werkboek voor de studenten staan de instructiemomenten en de opdrachten die in een les uitgevoerd worden. In de docentenhandleiding vind je per les aanvullende informatie over onder andere benodigdheden, lesopbouw, antwoorden op de vragen uit het werkboek en suggesties voor de invulling van de instructiemomenten.

In het werkboek is door middel van iconen duidelijk gemaakt wat van de studenten verwacht wordt:

Icoon LezenIcoon SchrijvenIcoon RefecterenIcoon Samenwerken                   Icoon informatie en instructieIcoon i en pijl

Bekijk les 2.6 uit het interventieprogramma, gemaakt voor niveau 4. Met behulp van onderstaande kijkwijzer kun je bekijken hoe het modelen en de overgang naar zelfstandig werken vorm krijgen.

Les 2.6 werkboek
Les 2.6 handleiding


Kijkwijzer

  • Zie je dat deze les voldoet aan de voorwaarden voor effectief zelfstandig werken? Er zijn veel wisselingen in groepssamenstelling en in zelfstandig werken en klassikale momenten. Wil je al deze overgangen goed laten verlopen, dan is een heldere uitleg noodzakelijk zoals in het voorbeeld hieronder:
WHHTUK Overgang van opdracht 2 naar opdracht 3: voorbeeldinstructie
Wat moet je doen? Je maakt opdracht 3.
Hoe moet je het doen? Je gaat met z’n drieën bij elkaar zitten. Ik vertel zo wie met wie gaat samenwerken. Dan lees je de opdracht en overlegt over de antwoorden. Je schrijft de antwoorden in je eigen werkboek.
Waar kan je Hulp krijgen/vinden? Mochten jullie vragen hebben, steek dan even je hand op en dan kom ik langs.
Hoeveel Tijd krijg je voor de opdracht? Jullie krijgen 10 minuten voor deze opdracht.
Wat gebeurt er met de Uitkomst/het resultaat? Je oefent bij deze opdracht hoe je goed feedback kunt geven aan medestudenten in situaties die niet echt gebeurd zijn. Daarna ga je feedback geven aan een klasgenoot op de tekst die hij geschreven heeft.
Wat kun je doen als je Klaar bent? Als je klaar bent schrijf je de moeilijke woorden die op het bord staan in je woorddossier.

 

  • Het geven van goede feedback op een tekst van een medestudent wordt vaak lastig gevonden door studenten. Zonder goede instructie zullen ze niet of moeizaam zelfstandig aan de slag kunnen. Daarom is in deze les gekozen voor modelen door de docent voordat studenten bij opdracht 4 zelf feedback geven. In de handleiding zie je hierbij enkele tips staan, namelijk over het materiaal dat je kunt gebruiken om te modelen en welk gedrag je precies moet modelen.
  • Tijdens het modelen ben je als docent best wel even aan het woord. Dit is dan ook een goed moment om een kijk- of luisteropdracht in te zetten om studenten er actief bij te betrekken. Tijdens het modelen kun je de interactie te stimuleren door het stellen van activerende vragen.